Chinese bazaars, de opvolger van de oude todo a cien-winkels, waren al eind jaren negentig de eerste alleswinkels van Chinese ondernemers in Spaanse steden. Na de invoering van de euro in 2002 en de economische crisis na 2008 groeide het aantal winkels exponentieel, omdat Spanjaarden op zoek waren naar goedkope alternatieven. De winkels, vaak gerund door Chinese families, staan bekend als bazares of el chino en zijn zeven dagen per week open, vaak tot laat in de avond, en bieden alles van gereedschap tot elektronica onder één dak.
De Chinese gemeenschap is nu de grootste groep buitenlandse autónomos in Spanje, maar de traditionele bazaar staat onder druk. Online platforms zoals Temu, die rechtstreeks bij fabrikanten kopen, bieden dezelfde producten voor lagere prijzen. Action en Zeeman hebben vergelijkbare klantsegmenten bediend, waardoor de fysieke winkels verliezen. Sommige bazaren transformeren zich tot schoonheidssalons, reisbureaus, kapperszaken of gespecialiseerde supermarkten. In Barcelona heeft de theeketen TeaPanda haar eerste Spaanse vestiging geopend, met Madrid als volgende stap. Een notenverkoper uit Torrevieja verkoopt nu zijn producten via Temu aan klanten in heel Europa.
Voor de Spaanse consument blijft de keuze gunstig: Temu wordt vaak aanbevolen vanwege lage prijzen en gratis verzending. Het straatbeeld verandert geleidelijk; waar vroeger een volgestouwde bazar stond, verschijnt nu een nagelstudio of een klein reisbureau met vluchten naar China.













